Een interview met Paula van gloednieuw museum Kanal-Centre Pompidou
Kanal-Centre Pompidou is een nieuw museum voor moderne en hedendaagse kunst dat in 2026 opent in Brussel. Het is een ontmoetingsplek die een brug slaat tussen kunstenaars en publiek in de iconische Citroëngarage aan de rand van het kanaal, op een boogscheut van het historisch stadscentrum. Maar Kanal is meer dan een museum. Het wordt een plek waar iedereen gewoon kan binnenlopen om samen de kunst te vieren.
Daarbij kan toegankelijkheid natuurlijk niet ontbreken. Daarom riep Paula Bogutyn, verantwoordelijke Programmatie bij Kanal, in 2025 een adviesraad met ervaringsdeskundigen in het leven. Via onze partner Lasso, die zich inzet voor inclusieve cultuur in Brussel, kwam de oproep in onze mailbox terecht. Na een eerste ontmoeting met Paula op ons kantoor in Gent ontdekten we meteen veel raakvlakken, en besloten we ons aan te sluiten bij de adviesraad voor dit ambitieuze museum in ontwikkeling.
Die eerste ontmoeting is inmiddels een jaar geleden. Hoog tijd dus voor een babbel met Paula, over de adviesraad, de rol van Symfoon, en het toegankelijkheidverhaal van Kanal.
Dag Paula. Het lijdt geen twijfel dat Kanal toegankelijkheid hoog in het vaandel draagt. Is dat altijd al zo geweest?
Paula: Sociale gelijkheid zit inderdaad in het DNA van Kanal. Van in het begin, toen we enkel maar een concept hadden, wisten we dat het museum voor iedereen toegankelijk moest worden, en dat we een ruimte moesten creëren waarin iedereen zich welkom voelde. Toen ik startte in 2023 waren de architecturale plannen al gemaakt, maar ik haalde er nog net op tijd Access-i bij (Waalse tegenhanger van Inter, red.). Kanal wil meer doen dan de wettelijke toegankelijkheidsminima vereisen, dus door dat partnerschap konden we nog wat ontwerpen aanpassen en keuzes maken voor een inclusiever museum. Er zijn bijvoorbeeld 900 deuren op heel de Kanal-site. Door wat aanpassingen in de plannen zijn die nu beter geplaatst en openen ze op een manier die bruikbaar is voor rolstoelgebruikers.
Er werken tachtig mensen bij Kanal, en er zijn ook veel externe firma’s betrokken bij het project. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen met dezelfde focus werkt, en dat het toegankelijkheidsvraagstuk voor sommigen ongelegen komt. Hoe ga je daarmee om?
Paula: Het is inderdaad een uitdaging om iedereen tevreden te houden. Bijvoorbeeld: voor blinde en slechtziende bezoekers zijn contrasterende kleuren belangrijk, en verschillende texturen op de vloer. Maar een museum is een esthetische plaats, dus er zijn andere werknemers die al jaren bezig zijn met het uitdenken van de look van de zalen, de kleuren, de texturen, … Het is interessant om de verschillende perspectieven samen te brengen en te zoeken naar een tussenweg.
Hoe pak je dat aan?
Paula: Met de adviesraad van ervaringsdeskundigen konden we al heel wat bereiken. Niet alleen publiekswerkers kwamen luisteren naar die vergaderingen, maar ook het communicatieteam, de architecten, de ontwerpers, enzovoort. Voor velen van hen was een gesprek met Joanna (kennismedewerker bij Symfoon, red.) de allereerste keer ooit dat ze met een slechtziende persoon kennismaakten. Als alle lagen van de organisatie komen luisteren en in gesprek gaan met de adviesraad, kunnen we hen makkelijker overtuigen om toegankelijkheid van in het begin mee te nemen, in plaats van het achteraf halfslachtig toe te voegen.
Onze scenografie-ontwerper is helemaal mee in het verhaal, bijvoorbeeld. In het vraagstuk over de vitrines moesten we met verschillende partijen rekening houden. Als we een oud boek in bruikleen krijgen van een archief, dan willen zij vaak dat het stuk plat wordt tentoongesteld, wat veiliger is voor de bewaring. Maar voor slechtziende personen is het beter dat het boek rechtop wordt tentoongesteld, zodat ze niet over de vitrine moeten gaan hangen en met vervelende reflecties zitten. De ontwerper bedacht een systeem waarmee de hellingsgraad van de vitrine kan aangepast worden. Super, toch?
Kanal is gevestigd in een oude autofabriek in Brussel. Wat zijn de uitdagingen en mogelijkheden van de site?
Paula: Voor de architecten was het heerlijk om al die vierkante meters tot hun beschikking te hebben en in te richten. Maar het blijft wel een oud gebouw waarin niet alles mogelijk is. Zo zijn er rampen waarmee vroeger de auto’s van de ene verdieping naar de andere reden. Je zou denken: rampen, hellingen, super voor rolstoeltoegankelijkheid! Maar de hellingen zijn zo steil dat je die echt niet mag gebruiken met een rolstoel.
Tot nu toe hadden we het vooral over de technische kant van toegankelijkheid, zoals het gebouw en de contrasten. Wat doet Kanal voor de menselijke kant van toegankelijkheid?
Paula: Ook die is heel belangrijk voor ons. We zullen het zaal- en baliepersoneel geregeld bijscholen zodat ze iedereen een warm, gepast welkom leren te geven. Het was mijn droom dat iedereen bij Kanal een beetje gebarentaal kan, maar toen werd ik even geconfronteerd met de Belgische realiteit en besefte ik dat er verschillende gebarentalen worden gesproken in Vlaanderen, Brussel en Wallonië (lacht). Voor Kanal is het heel belangrijk dat er ruimte is voor spontaneïteit. Hoe tof zou het zijn dat een slechtziende bezoeker gewoon een opgeleide zaalmedewerker aanspreekt, die hem daarop een spontane tour aanbiedt?
Vaak is er ook een bruggetje tussen het technische en het menselijke. We zijn bijvoorbeeld aan het onderzoeken of we tactiele plattegronden en representaties van de kunst kunnen laten maken. Maar die technische elementen zijn niet genoeg, want hoe zullen blinde en slechtziende bezoekers de plattegrond en replica’s vinden? Daarom is opgeleid personeel essentieel. Tot slot denken we er ook aan om de zaalteksten en labels bij kunstwerken in grootletterdruk en in braille te voorzien. Dat is een technische aanpassing, maar verbetert natuurlijk ook de beleving van de kunst.
Je vertelde net iets over je dromen. Waar droom je verder nog van voor de toegankelijkheid van Kanal?
Paula: Ik droom van meer representatie in ons team, in de geest van ‘niets over ons zonder ons’. De adviesraad zou niet meer nodig zijn, omdat mensen met een beperking vertegenwoordigd zijn in onze organisatie. Dan zou je mensen met een beperking hebben in ons communicatieteam, bij de programmatie, of bij de productie. Ik droom ervan een instituut te worden waarin geen meetings over toegankelijkheid meer nodig zijn, omdat die simpelweg in alle lagen verankerd is.
Dat klinkt mooi. Tot die dag blijft Symfoon graag haar bijdrage leveren aan de adviesraad. Wat betekent onze samenwerking voor Kanal?
Paula: Heel veel. Kanal is enorm dankbaar dat Symfoon haar kennis en expertise wil delen. Jullie zijn een klein team, maar er komt zo veel initiatief. We kunnen bij jullie terecht met allerlei random vragen. Zo belde Joanna me eens op om te zeggen: “Paula, ik was nog iets vergeten. Als er mensen met geleidehonden komen, moet het baliepersoneel ook weten waar de honden in de buurt hun behoefte kunnen doen.” Daar zou ik nóóit aan gedacht hebben! Het is ook een voordeel dat jullie niet enkel in Brussel werken, maar een groter netwerk hebben over heel Vlaanderen. De representatie in jullie team is verrijkend, net als jullie nauw contact met blinde en slechtziende vrijwilligers. Symfoon en Kanal zijn wat ons betreft zeker een lucky match!
Wat ons betreft ook, Paula! We kijken alvast uit naar de opening later dit jaar.